Module  Planten

 

Link voor het determineren van onkruiden voor het herbarium.

 

 klik hier voor determineren onkruiden

klik hier voor boombladeren 

klik hier voor determineren dieren

klik hier op start determineren.
 

Inleiding

Tijdens deze module heb je geleerd :

 

1        Met behulp van determineertabellen de Nederlandse naam opzoeken van planten die veel in Nederland voorkomen en verwoorden dat aan het onderling verschillen van soorten erfelijke factoren ten grondslag liggen

2        Informatie verzamelen met betrekking tot verbanden tussen vorm, bouw en leefwijze van organismen en de omgeving waarin deze organismen leven, en in een presentatie samenvatten en uitleggen hoe planten en dieren zijn aangepast aan hun leefwijze en leefomgeving

3        Delen waaruit zaadplanten zijn opgebouwd benoemen, hun functie(s) beschrijven en aangeven welke delen van planten voedingsmiddelen en/of grondstoffen leveren voor de mens

4        Enkele typen weefsel(s) van planten met functie(s) en bouw beschrijven

planten kunnen geslachtelijk en ongeslachtelijk voortplanten. manieren om ongeslachtelijk voor te planten zijn: door stekken, knollen, bollen, uitlopers of wortelstokken. bij ongeslachtelijke voortplanting krijgt de plant geen nieuwe erfelijke eigenschappen. bij geslachtelijke voortplanting wel.

noem een plant die je kunt stekken:  bij erfelijkheid hebben we het gehad over ongeslachtelijk voor te planten. het nieuwe plantje na stekken heeft precies dezelfde kenmerken als de moederplant juist !

  Wat is stekken

voor de geslachtelijke voortplanting van planten zijn bloemen erg belangrijk. bloemen zijn de voortplantingsorganen van de plant. een bloem bestaat uit een bloemkelk met kelkbladeren, een bloemkroon met kroonbladeren, meeldraden en een stamper.
de kelkbladeren van een plant zijn meestal groen. deze bladeren beschermen de bloem als deze nog in de knop zit. de kroonbladeren zijn meestal groot en hebben meestal een opvallende kleur om insecten aan te lokken.

filmpje bloem

de meeldraden zijn de mannelijke voortplantingsorganen. een meeldraad bestaat uit een helmdraad en een helmknop. in de helmknoppen ontstaan door reductiedeling stuifmeelkorrels. dit zijn de mannelijke geslachtscellen. tijdens de vorming van stuifmeelkorrels ontstaan er helmhokjes in de helmknoppen. als deze hokjes openspringen, komen de stuifmeelkorrels vrij.

 

  Dit is meiose

de stamper is het vrouwelijke voortplantingsorgaan. de stamper bestaat uit een stempel, een stijl en een vruchtbeginsel. in een vruchtbeginsel zitten zaadbeginsels. in elk zaadbeginsel ontstaat door reductiedeling een eicel. eicellen zijn de vrouwelijke geslachtscellen.

een bloem wordt bestuift als een stuifmeelkorrel op de stamper van een bloem van dezelfde soort komt. bloemen die door insecten worden bestoven zijn insectenbloemen en bloemen die door de wind worden bestoven zijn windbloemen.

waarom kan een roos ook al weer geen tulp bevruchten denk aan ordening

insectenbloemen lokken insecten naar zich toe door de kleur, de geur en door nectar te maken. als de insecten nectar uit de bloem halen, blijft er stuifmeel aan het lichaam plakken. als het insect naar een andere bloem gaat kan het stuifmeel van de ene bloem op de stamper van de volgende bloem komen.

  Even kijken wat ik al weet


bij windbloemen steken de helmknoppen vaak uit de bloem. windbloemen maken heel veel stuifmeel wat makkelijk door de wind kan worden meegenomen.

een bloem kan bestuift worden door kruisbestuiving of door zelfbestuiving. bij kruisbestuiving komt stuifmeel van de ene bloem op de stamper van een andere bloem. bij zelfbestuiving komt stuifmeel van een bloem op zijn eigen stamper.

 

na bestuiving liggen stuifmeelkorrels op de stamper. een stuifmeelkorrel vormt een stuifmeelbuis naar het zaadbeginsel in het vruchtbeginsel. de kern van de stuifmeelkorrel gaat door de buis en versmelt met de kern van een eicel. de bevruchte eicel groeit uit tot een kiem en het zaadbeginsel groeit uit tot een zaad. het vruchtbeginsel groeit uit tot een vrucht. een vrucht kan er op verschillende manieren voor zorgen dat de zaden worden verspreid. zaden kunnen door de wind, door dieren, door water of door de plant zelf worden verspreid.

Uit zaad kan een nieuwe plant groeien. Zaad bestaat uit een zaadhuid, twee zaadlobben en een kiem. De zaadhuid is voor de bescherming en de zaadlobben zijn reservevoedsel voor de kiem. De kiem bestaat uit een worteltje, een stengeltje en twee blaadjes. Als een zaad ontkiemt, groeit de kiem uit tot een kiemplantje.
 

De wortels van een plant zorgen er voor dat een plant stevig in de grond staat en dat een plant water met de daarin opgeloste stoffen kan opnemen. Soms wordt in de wortels reservevoedsel opgeslagen. De stengel zorgt voor de stevigheid van een plant, voor het dragen van de bladeren en bloemen en voor het transport tussen de wortels en de bladeren. De bladeren zorgen voor fotosynthese, nemen koolstofdioxide op, geven zuurstof af en zorgen voor verdamping van water.

  Fotosynthese ??

Het transport door de plant vindt plaats door vaten. In de stengel liggen veel vaten bij elkaar in vaatbundels. De vaten in bladeren heten nerven. Er zijn twee soorten vaten: houtvaten en bastvaten.

Houtvaten liggen aan de binnenkant van de stengel en bastvaten liggen aan de buitenkant. In een blad liggen de houtvaten aan de bovenkant en de bastvaten aan de onderkant. Door de houtvaten gaat water met de daarin opgeloste stoffen van de wortels naar de bladeren. Bij de vorming van houtvaten wordt houtstof tegen de verticale celwanden afgezet. Daarna verdwijnt eerst de horizontale scheidingswand tussen cellen die boven elkaar liggen en daarna de hele cel. Door de bastvaten gaan voedingsstoffen van de bladeren naar de rest van de plant. Bij de vorming van bastvaten verdwijnt de cel niet en in de horizontale scheidingswanden tussen cellen die boven elkaar liggen ontstaan openingen (zeefplaat).

Groei van een asperge

De wortels nemen water op met wortelharen. Het water met de daarin opgeloste stoffen gaat via de celwanden naar de houtvaten. Het water met de daarin opgeloste stoffen gaat vervolgens tegen de zwaartekracht in naar de bladeren. Water kan tegen de zwaartekracht in doordat er water verdampt in de bladeren wordt er water omhoog gezogen door de bladeren. De wortels helpen mee door het water omhoog te persen. Dat heet worteldruk.

  Interactieve uitleg

Een boom maakt ieder jaar een nieuw laagje hout waar transport, door plaats vindt. Het hout dat in één jaar gemaakt is, heet een jaarring. Aan de jaarringen kan je zien hoe oud een boom is.

Een plant krijgt stevigheid door houtvaten en door vocht in de vacuolen van cellen. De vacuolen drukken het cytoplasma tegen de celwand aan. De druk van de cel tegen de celwand heet turgor. Een plant krijgt ook stevigheid door vezels. Bij een vezel wordt een dikke celwand afgezet die uit cellulose en houtstof bestaat. De cel sterft daarna af.

Een plant kan zich beschermen tegen verdamping van water door een waslaagje op de bladeren, door de huidmondjes te sluiten met behulp van sluitcellen of door haren op de bladeren.

Vleesetende planten

 

oefentoets planten
 

Verijkingsstof Fotosynthese:


Fotoshynthes boq huis Willemsburg Hamburg




Lezing van:  Jan P Dekker sbi vu Amsterdam

Biosollar cells



Efficiëntie fotosynthese suikerbiet waarom is dit zo laag?

4500x 30 = 13.5 mj 0,375%



Zonlicht is een spectrum waarvan  alleen rood en blauw licht word gelijk goed opgenomen door de plant dit komt door de chlorofyl moleculen.

refelxtie opname uit licht 37% maar dit geld ook voor de zonnecellen dus hierin geen verschil tussen bio en nask




c3 plant omdat co2 wordt opgenomen in een 3 c molecuul alle ned planten zijn c3 33% tot 12%

c4 mais en olifantengras hybride plant twee types chloroplasten 22% tot 8%


rubisco meest voorkomende eiwit op aarde 50% van het eiwit in het blad heel langzaam werkend enzym



bindt co2 of o2 fotorespiratie zet o2 om in co2 kost veel energie 



700 ppm voor james wath zijn stoom machine


nu 380 dus minder verlies 

later bejaard ll 220

bij ~20 graden 30% verlies door ademhaling



beste in schaduw want dan beschadigd hij niet dus minder verlies


groeiseizoen:  mais 30% olifantengras 50%



9% als het organisme het hele jaar groeid.
Niet de co2 ongelimiteerde algen kunnen deze condities leveren vandaar vaak gezegd hoger rendement.




Zonnepaneel 15% natuurkunde energie voor productie moet er eigenlijk nog af organische zonnecel chemie 30% 

Biologen zijn bezig met biosolar cels kunstmatigblad om brandstof en elektrische tijd mee te maken.

Algen fotosynthese kun je bekijken in Nederland in het sience park Amsterdam

onderzoek: snel groeiende planten, direkt versus difuuslicht, micro en macro algen zijn te bezoeken op het akgaeparc wageningen

voor meer informatie:  www.biosolarcells.nl